De rol van huidskleur, naam, etniciteit en opleidingsniveau op datingapps

Michael Slender
Door Michael Slender
6 minuten leestijd

Datingapps zijn niet langer een dubieuze poging om liefde te vinden. Het is niet meer een laatste redmiddel voor wanhopige singles. Ze zijn een integraal hulpmiddel geworden voor de singles van vandaag. Maar wat is de invloed van deze apps geweest op de keuze van een partner? Dat is de vraag die onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam stelden toen zij nadachten over de toename van gemengde relaties in westerse landen zoals Nederland.

Hebben datingapps een rol gespeeld in deze toename? Worden gebruikers van datingapps ertoe aangezet om ‘andere’ partners te kiezen? Of hebben gebruikers van datingapps ook gewoon de neiging om partners te kiezen die op hen lijken? Het nieuwe onderzoek, dat is gepubliceerd in het vakblad Computers in Human Behavior, suggereert dat singles ook op datingapps de voorkeur geven aan mensen zoals zijzelf.

‘Soort zoekt soort’ op datingapps?

We geloven graag dat tegenpolen elkaar aantrekken, maar dat is niet wat wetenschappelijk onderzoek aantoont. Voor wetenschappers is het duidelijk dat de keuze van een partner sterk wordt bepaald door gelijkenissen, oftewel soort zoekt soort. Dit concept wordt assortative mating genoemd en zegt dat we graag koppelen met mensen met vergelijkbare sociale, economische, educatieve en religieuze achtergronden. Of in andere woorden: we voelen ons aangetrokken tot mensen die op ons lijken.

Nu populair:

lexa "Serious Dating, Crazy Love: Lexa is waar je moet zijn. Voor mensen met inhoud die iets échts zoeken."

Nu is er in het recente verleden een toename geweest van gemengde huwelijken waardoor onderzoekers zijn gaan denken dat het ‘soort zoekt soort’-principe is veranderd. Eerdere onderzoeken hebben namelijk al aangetoond dat het gebruik van datingapps tot grotere verschillen tussen partners heeft geleid.

De gedachte is dat singles op datingapps worden voorgesteld aan singles die buiten hun sociale kring vallen, waardoor een relatie met iemand die ‘anders’ is wordt vergemakkelijkt. Ondanks een gebrek aan overeenkomsten zouden ze toch met elkaar in contact komen via datingapps. Het nieuwe onderzoek van de VU gaat daar verder op in.

Hoofdauteur Giulia Ranzini, assistant professor Communication Science, en collega’s wilden vooral weten wat de invloed van ‘assortative mating’ is op datingapps en welke aanwijzingen in een datingprofiel op een gelijkenis wijzen. Is het de naam, de profielfoto, opleiding of iets anders? In het bijzonder keken de onderzoekers naar de etniciteit en opleiding van gebruikers, de twee belangrijkste kenmerken.

Datingapp Finder

Om erachter te komen waar de prioriteiten liggen bij het kiezen van een partner, besloten de onderzoekers om een nepdatingapp te maken, genaamd Finder. De profielen werden afgebeeld zoals deze ook te zien zijn op populaire datingapps als Tinder en Bumble met een minimaal ontwerp en een zichtbare naam, leeftijd en opleiding.

Ranzini en collega’s vroegen vervolgens aan 500 jongvolwassenen die woonachtig zijn in Nederland om potentiële dates te selecteren uit een aanbod van 110 profielen, die varieerden op basis van hun etniciteit (blank of niet-blank), opleidingsniveau (Universiteit of Beroepsschool) en naam etniciteit (Nederlands of niet-Nederlands). Bij elk profiel moesten de deelnemers op een hartje klikken als ze de persoon zouden hebben geselecteerd op een echte datingapp of op een X als ze diegene zouden hebben afgewezen op een echte datingapp.

Resultaten

Op basis van dit experiment waren de onderzoekers in staat om een aantal opvallende conclusies te trekken. Zo blijkt uit de resultaten dat hoger opgeleiden eerder geneigd zijn om hogeropgeleide profielen te selecteren, terwijl dit niet geldt voor lager opgeleiden – voor wie het opleidingsniveau niet belangrijk lijkt te zijn. Het ‘soort zoekt soort’-principe wat betreft het opleidingsniveau gaat hierdoor alleen op voor hoger opgeleiden, niet voor lager opgeleiden.

De onderzoekers stellen zelfs dat het bekendmaken van de naam van je onderwijsinstelling in je datingprofiel een ‘strategische keuze’ kan zijn om potentiële partners aan te trekken die waarde hechten aan onderwijs en die hoogstwaarschijnlijk zelf ook hoogopgeleid zijn.

Afkomst en etniciteit

Profielnamen hadden volgens het onderzoek geen effect op de keuzes van deelnemers, zelfs niet als er werd gecontroleerd op afkomst of etniciteit van de deelnemer. Wat je naam is, lijkt op een datingapp niet uit te maken. De onderzoekers ontdekten echter wel dat deelnemers met een Nederlandse achtergrond eerder de voorkeur geven aan profielen met blanke mensen. Eerder onderzoek uit de Verenigde Staten toonde aan dat profielen van niet-blanke gebruikers vaker worden afgewezen dan die van blanke gebruikers.

Bij de keuze van een partner op een datingapp lijkt het meer te gaan om wat mensen zien dan wat ze aan andere informatie krijgen. Althans, als het om de etniciteit gaat. Want volgens de onderzoekers beoordelen deelnemers de etniciteit vooral op wat ze zien, terwijl de voornamen en andere culturele signalen niet relevant lijken te zijn.

In overeenstemming met eerdere onderzoeken bleken de mannen in dit onderzoek meer geïnteresseerd in de vrouwen dan andersom. Mannen gaven een hartje aan 14,3% van de vrouwen, terwijl de vrouwen slechts in 8,1% van de gevallen een hartje gaven aan een man. De resultaten toonden ook aan dat de fysieke aantrekkelijkheid het belangrijkst is bij het kiezen van een datingprofiel.

Verliefd worden is meer...

... dan geluk hebben. Er zijn twee personen voor nodig die ervoor openstaan. Bij één app weten ze precies hoe ze die twee mensen kunnen samenbrengen voor een langdurige relatie. De matching in deze succesvolle app heeft één doel: het koppelen van mensen die écht bij elkaar passen. Ontdek zelf hoe 1 op de 3 leden er een partner vindt.

Deel dit artikel
Geef je reactie